Geschiedenis

Je zou kunnen zeggen, dat kasteel Slangenburg iets weg heeft van paleis Huis ten Bosch in Den Haag. In de Oranjezaal van het in de zeventiende eeuw gebouwde huis liet de echtgenote van stadhouder Frederik Hendrik (+1647), Amalia van Solms, schilderingen en schilderijen aanbrengen om haar Stedendwinger te eren. In kasteel Slangenburg doet Frederik Johan van Baer in deze zelfde eeuw iets dergelijks.

 


Liefdevolle schilderingen

Deze laatste bewoner in een lange reeks kasteelheren sinds de veertiende eeuw uit het geslacht Van Baer, generaal Frederik Johan Van Baer (1645-1713), verloor zijn vrouw na een ernstige ziekte toen ze pas anderhalf jaar getrouwd waren. Frederik Johan is nooit hertrouwd en verrijkte de Slangenburg met schilderingen die hem constant herinnerden aan zijn geliefde vrouw. Hij gaf de schilder Gerard Hoet de opdracht de wanden en plafonds van het kasteel te voorzien van toepasselijke mythologische voorstellingen. Daarbij werden de mythen toch wel iets of wat aangepast: veel schilderingen bevatten elementen die te maken hebben met de liefde van Van Baer voor zijn vrouw of met het alleen achterblijven van hemzelf. Het is allemaal heel romantisch.


Landbouwkundig econoom

Van Baer was niet alleen een goed officier en een zeer ontwikkeld en kunstzinnig iemand, hij was ook een uitstekend landbouwkundig econoom. In die tijd lag het kasteel in een eenzame streek temidden van heidevlaktes en vochtige bossen. Hij kocht van de stad Doetinchem de "Doetinchemse Heide" en legde dwars over het terrein een uitgebreid lanenstelsel aan dat nog steeds in zijn originele vorm bestaat. Een groot deel van de heide werd ontgonnen en bebost met eiken, beuken en dennen. In 1679 legde hij ook het park rondom het kasteel aan in de toen toonaangevende formele parkstijl, waarvan de kenmerken - strakke rechte lijnen met een geometrisch patroon - weinig bewaard zijn gebleven. Wat het kasteel zelf betreft, Van Baer bouwde de voorvaderlijke havezate, die slechts bestond uit de westelijke toren met aangrenzend bouwwerk, uit tot het U-vormige slot dat wij nu kennen.

 


Sporen van Van Baer

Maar Van Baer heeft vooral binnenshuis zijn sporen nagelaten. Zijn liefde voor de natuur en de landbouw vind je er tot uitdrukking gebracht in de schilderstukken en de kunstig uitgesneden vruchten en akkerproducten in lambrisering en lijstwerk, terwijl, zoals hierboven al aangegeven, veel van de muur- en plafondschilderingen in de zalen van het kasteel getuigen van de liefde voor zijn vroegtijdig overleden echtgenote, Dorothea Petronella van Steenbergen tot Duijstervoorde.


Verschillende eigenaren

Sinds Frederik Johan van Baer is de Slangenburg vele malen van eigenaar veranderd, meestal door vererving, maar tweemaal door verkoping. De laatste verkoop vond plaats in 1895 toen de Duitse houthandelaar en grootindustrieel Arnold Passmann uit Duisburg-Ruhrort het kasteel en aangrenzend landgoed overnam - om te beginnen uitsluitend om de grote hoeveelheid hout die er te kappen was. Toen hij echter zijn nieuwe aankoop bezocht werd Passmann getroffen door het huis en de omgeving en besloot hij het tot "Familienheim" te bestemmen. Niettemin werd het huis slechts drie maanden per jaar bewoond, vanwege de zogenaamde vensterbelasting.


Geschiedenis

Na de dood van zijn vader zette de oudste zoon, Hermann Passmann, het beheer van de Slangenburg voort. Hij was zeer geliefd bij de pachters en in de oorlogsjaren probeerde hij alles te doen om het landgoed, met de daar werkende mensen, zonder al te veel kleerscheuren door de oorlog te loodsen. Hij ging daarin zover dat hij geld overstuurde via Zweden.

 

Het moet Passmann dan ook veel pijn gedaan hebben toen de Slangenburg hem na de oorlog als "vijandelijk vermogen" werd ontnomen en verbeurd verklaard. Veel leden van de familie Passmann hebben een rustplaats op de begraafplaats bij het kasteel, ontworpen door Arnold Passmann, die de Passmanns tot 1990 in erfpacht hadden.

Na de oorlog kwam de Slangenburg onder beheer van het Beheersinstituut voor onder andere vijandelijke en foute vermogens, dat al spoedig het landgoed in handen gaf van Staatsbosbeheer. Sinds de jaren vijftig is Rijksgebouwendienst verantwoordelijk voor het onderhoud van het kasteel, terwijl Staatsbosbeheer het landgoed beheert.